Als de lampen branden

 

 

De waterkou is van de week stilletjes de straat en mijn botten binnengeslopen. Het wil vandaag maar niet echt goed dag worden. Door de sombere schemer buiten besluit ik de lampen aan te houden en sla een plaid om de benen heen. Lang geleden vond ik dat al fijn. Wat me herinnert aan de herfstige zondagen van toen.

Samen met mijn ouders ga ik van het huis van mijn oma naar de bushalte. Tijdens die fikse wandeling passeren we een heleboel ramen. Veel mensen hebben de gordijnen open. Zo kun je fijn naar binnen kijken om te zien waar het leuk en gezellig is. Ik ben het meisje zonder zwavelstokjes en fantaseer over wie er in een huis woont en of ik daar graag zou zijn.

Als ik een TL-buiskamer zie loop ik onwillekeurig snel door. Het zijn koelcellen, de mensen die er wonen houden van ordelijk en schoon, er ligt een plastic zeil over het tafelkleed en er is geen stofvlok te vinden. Tegen de wand staat een grijze kast. Nee, hier wil ik niet blijven. Maar ook als er alleen een kroonluchter brandt is het mij te donker en te ongezellig. Het licht is dan wel zachtaardig, maar iedereen móet aan de grote tafel, want daarboven hangt hij. De bewoners zijn waarschijnlijk zuinig en mopperig. Ze vallen af.

Mijn hart veert echter op als ik een kamer zie die is voorzien van zachtgeel schijnsel dat van verschillende lampen afkomstig is. Het zou gemakkelijk met wat minder kunnen maar de mensen houden er nu eenmaal van mooi licht. Er zweeft muziek door het huis, door elkaar praten mag en er wordt vaak gelachen. Het is er een beetje rommelig maar niemand vindt dat erg. Het ruikt er heerlijk naar vers gebakken appeltaart. In mijn fantasie bel ik aan. Niemand kijkt vreemd op als ze mij op de stoep zien staan. Ik ken die mensen niet, maar zij kennen mij en zijn blij dat ik er eindelijk ben, ze nemen mijn jas aan. Ik stap in de warmte van al die lichten en ben zo maar thuis.

Inmiddels woon ik al lang waar ik wil wonen! Overal staan en hangen gezellige lampen. Over de stoep huppelt een donkerharig meisje van een jaar of zes. Door het kiertje van de gordijnen zie ik haar de pas inhouden. Ze probeert naar binnen te kijken. Met gretige ogen of verbeeld ik me dat nou?

Eén reactie

  1. John Z. zegt:

    Mooi zoals je heen en weer springt in de tijd.
    En dat meisje zonder zwavelstokjes erin gestopt.
    Prachtig verhaal dat aan de goede kant van sentimenteel blijft.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.