Beginnersfoutje

Het vogelboekSinds 2016 heb ik een vogelboek dat deel uitmaakt van de erfenis van mijn ouders. Geen vogellexicon, maar een overzicht met zorgvuldig getekende afbeeldingen van alle voorkomende vogels in Groot-Brittannië, meer dan veertig jaar geleden gekocht.

Als beginnende vogelaar, ik observeer voornamelijk achter glas vanuit de woonkamer, is het nog een hele toer om de verschillende mezen te onderscheiden. Ook een merelvrouw en lijstervrouw haal ik gemakkelijk door elkaar. Buiten is heel af en toe het gekwetter van parkieten te horen. Daar word ik altijd heel blij van. Ze zijn zo grappig. Laten ze zich dan vaak zien? Helaas niet, want ze verblijven in een andere wijk van Barendrecht en zijn geen gemeengoed zoals in Amsterdam, waar ik een jaar of vijf terug in vervoering een half uur in het Westerpark op een bankje heb zitten kijken en luisteren.

De parkieten waar ik leuke herinneringen aan heb waren de op ons vier-hoog-balkon gestrande grasparkieten aan de rand van Rotterdam. Wij dienden als het ware als vogelopvang. Deze parkieten lieten zich doorgaans makkelijk vangen. Eigenaren waren niet te achterhalen in het telefoon- en internetloze tijdperk. We hebben tot tweemaal toe een aanvlieger gehouden. grasparkietDe eerste parkiet, een zeer tam blauw man-exemplaar, zat op je hand, dronk van de koffie en vloog geregeld een rondje. Mijn vader was minder opgetogen over Porgy. Hij had namelijk de gewoonte om op mijn vaders dun behaarde schedel te landen, zodra hij de kamer binnenkwam. Het kooitje mocht niet de hele dag open. Porgy ging graag in bad, tot hij zich een keer vergiste en in een grote beker koffie dook. Gelukkig zonder nare gevolgen. Hij kwam steeds vaker bij me zitten, liefst tegen mijn huid, de veertjes opgezet, als een kleine ragebol, terwijl hij zachte piepgeluidjes maakte. Op een ochtend lag hij op het zand op de bodem van zijn kooi. Uitgestrekt en heel dun. Van zijn stokje gevallen.

Ook Peertje vloog naar ons balkon en bleef. Een derde vogel gaven we aan de buren. Ontsnapte grasparkieten, in tegenstelling tot de groene halsbandparkieten, overleven de Nederlandse winter in de vrije natuur in ieder geval niet.

Parkieten vind je niet in het boek terug. Wel de heggemus, die ik regelmatig in de achtertuin aantref, of het roodborstje. Ik ga me voor de tuinvogeltelling opgeven. Niet vergeten een verrekijker aan te schaffen. Daarmee haal je een hiphuppende ekster heel wat dichterbij. Het zijn boeiende vogels met humoristische bewegingen, ik kan er lang naar kijken. Ik hoop dat ik het tellen goed doe, een vergissing is snel gemaakt. Je ziet zonder erg dezelfde vogel tweemaal of driemaal. Of je houdt hem voor een andere soort.

Zo zag ik een poos terug een onbekende vogel in de tuin van mijn schoonvader. Hij was ongeveer even groot als een merel en had een opvallende vlek onder de snavel. Thuisgekomen zocht ik op de pc naar een afbeelding. Die was snel gevonden, hij bevond zich tussen twee andere vogels, waarvan er één geel was. Onder mijn vogel stond ‘wielewaal’. WielewaalTrots meldde ik onder een bericht van Koos Dijksterhuis dat ik een wielewaal had gespot. Die reageerde met de nodige scepsis. ‘Een wielewaal is een zeldzaamheid in Nederland en hij laat zich bovendien niet in de bewoonde wereld zien’. Koos is de kenner, dus wellicht had ik iets over het hoofd gezien. Ik zocht opnieuw, maar nu in het boek. Eerst bekeek ik een afbeelding van de wielewaal. Die was geel met zwart en volstrekt anders dan de door mij waargenomen vogel. Vervolgens ging ik naar het plaatje op internet en zag dat de namen waren verwisseld. Mijn vogel heette beflijster!

Schaamtevol bekende ik Koos mijn vergissing. Hij geloofde me niet. Beflijster? ‘Wat heb jij vanmorgen gedaan?’ was zijn reactie. Beginnersfoutje, Koos. beflijster
[En dan twijfelen ze meteen aan je goede bedoelingen.]

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.