Categorie: Trivialia

Wasmand

Dat je midden in de nacht, om een uur of half vijf, voelt dat de warmte die je energie al een paar dagen volledig opslurpt, is verdwenen en dat je de wasmachine aanzet, en hem daarna nog een keer een was laat draaien en dat al die was alweer aan het droogrek hangt. Dat je zo’n bui hebt van poetsen, opruimen, gladstrijken, schoonvegen, opdweilen en wegschuiven. Dat je in een stemming bent waarvoor de pluizen op de vlucht slaan en de mieren onder de koelkast de aftocht blazen.

Dat je om 8 uur 17 dit plaatje ziet. Kijk, dan heb ik dus het legewasmandgevoel.

Strijkplank

Ik ben niet huishoudelijk aangelegd maar een mens ontkomt nu eenmaal niet aan schoonmaakklusjes, dus gisteren nam ik de stofzuiger mee naar boven om de boel eens goed op te kuisen, zoals de Vlamingen zo bloemrijk zeggen. De kamer aan de tuinzijde is niet heel groot. Een schildersezel, een boekenkast, de hometrainer en een kledingrek. Aan de deur hangt het wasgoed. De strijkplank staat permanent uitgeklapt sinds enkele weken. En Streep slaapt erop in een mand met sjaaltjes.  nieuwe slaapplaats op de strijkplank

De strijkplank wordt in dit huis sporadisch in de hoedanigheid van strijkplank gebruikt. Waarom heb je hem dan? Met dat broertje dood aan strijken? Dat klopt. Mijn shirts, broeken, Meer lezen

Noem een modderschuit een cruiseschip en hij begint te blinken

Jaren geleden werkte ik in Rotterdam als docent. Het onderwijs voor volwassenen was ondergebracht in een zogenaamde ‘Brede School’. Eén van de klaslokalen heette daar ‘ouderkamer’. Achterin stond een gemakkelijke bank, daarvoor een lage tafel en overal waren planten. Het was de bedoeling dat de ouders hier drempelloos binnenraakten voor een bak koffie. Of om lessen Nederlandse taal te volgen. Er hing  een schoolbord. Ook de wasbak en de wandkasten ontbraken niet. Aan een zijde waren tafeltjes en stoelen uit groep acht in een carrévorm opgesteld. Meer lezen

Vampier

Midden in de nacht jeukt mijn pols. Ook een eindje verder op de arm. De elleboog doet mee. En de oksel krieuwelt. Op wel zes verschillende plaatsen op twee armen mondt onderhuids gewoel uit in rode bultjes, die, al kijkend ernaar, uitgroeien tot forse schijven. Godver! Een vampier! Ik ga het bed uit, doe het grote licht aan en pak de pletter, die lente, zomer en herfst op het nachtkastje klaarligt. Dáár zit de uitzuiger, vlak naast het bed, volkomen lam. Hij (of liever gezegd zij, want het schijnen de zwangere vrouwtjes te zijn) vliegt niet eens op terwijl ik slaperig faliekant missla. Een korte tweede slag is echter voldoende. Mijn bloed spat rafelig op de muur. Morgen wegvegen. Nu de allergiezalf erop smeren.