Donor tenzij

Aan nabestaanden wordt gevraagd of het hoornvlies gedoneerd mag worden.

Als je moeder zich daar nooit over heeft uitgelaten, is dat een lastige kwestie. Het overkwam ons.

Zou ze het hebben gewild? En zo ja, hebben we wat te willen? Kunnen we iemand in nood ermee helpen? Behoren we dat te doen?

Op 12 april 2016 om  tien uur ’s avonds wordt de vraag gesteld door iemand aan de balie van de afdeling, een verpleegkundige. In het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht.

Mogen wij het hoornvlies van uw moeder gebruiken?

Waarschijnlijk in iets andere bewoordingen, we begrijpen de vraag en voelen ons overvallen. Te moeten kiezen tussen gevoel en verstand. En wel nu, niet morgen. We laten het gevoel prevaleren en zeggen nee. Geen geknutsel meer aan haar lijf na de lijdensweg van de afgelopen dagen. Het is genoeg geweest.

In de regelingen bij donorregistratie staan leeftijdsgrenzen. Nu, in 2018, zie ik voor de geschiktheid van het hoornvlies tweemaal een leeftijd: maximaal 75 en maximaal 81 jaar. Mijn moeder was 90 en dus al ver voorbij de geschikte donorleeftijd. Over zorgvuldigheid gesproken. Dat zo’n vraag dan nog wordt gesteld aan nabestaanden die wel even iets anders aan hun hoofd hebben.

Bij de nieuwe Donorwet ‘ bent u donor, tenzij u een ‘nee’ aangeeft’. De film Soylent Green springt in mijn gedachten. Het is niet hetzelfde, maar toch…

Hebben we het in de sociale media over de donorwetgeving en de juridische impact die een automatisch donorschap instelt dan buitelen de beledigde mensen over je heen. Met argumenten die geen argumenten zijn. Reacties die voornamelijk door emoties zijn ingegeven. Gelukkig hebben we emoties, daar niet van.

Ik denk in een rechtsstaat te leven. Het is goed om te weten dat ik recht heb op mijn integriteit. Het gaat mis als die geschonden wordt en de staat niet meer adequaat reageert daarop. Het gaat echter nog veel meer mis als de staat meent eigenaar van mijn (aanstaande) dode lijf te zijn en organen eruit kan nemen. TENZIJ ik vooraf heb aangegeven dat ik dat niet wil.

En als ik nou licht dementerend ben, wilsonbekwaam, of te oud of te jong om de reikwijdte van e.e.a. te beseffen? Of nog erg twijfel en niets heb doorgegeven, omdat ik nog geen ja of nee KAN zeggen? Als ik onverwacht sterf (raar, maar waar, we gaan meestal onverwacht) is die NEE bij een heleboel mensen niet ingevuld en dus… zijn ze donor.

Wie weet trouwens precies hoe het eraan toe gaat, dat doneren bij een ‘uitbehandeld’ en  overleden persoon? Die is namelijk nog niet helemaal dood. Zoek even op internet en lees de verslagen van enkele nabestaanden, waaronder verpleegkundigen en artsen. Dat is behoorlijk heftig, hoor. Want bij uw nog levende kind of vader of moeder moet alles aangekoppeld blijven. De norm voor het overleden zijn is ‘hersendood’. Al een groot aantal decennia wordt dat in de medische wereld algemeen aanvaard. Na de constatering van de hersendood, terwijl het hart pompt met behulp van een machine  wordt een procedure gevolgd. Een reeks testjes. Indien de overledene c.q. hersendode die doorstaat met goed gevolg, of liever gezegd die het dood-zijn bevestigt, kan overgegaan worden tot het uitnemen van de organen. De machinerie blijft aanstaan, want dat is nodig voor de organen. Ze moeten vol met bloed blijven. Er wordt geopereerd zonder anesthesie. Want de overledene is immers overleden en voelt niets meer. Er zullen spiercontracties zijn. De waarnemer kan dat interpreteren als pijn. De artsen beweren echter dat dat onmogelijk is. Er wordt daarom een spierverslappend middel gegeven. Maar wat als toch nog iets van een bewustzijn is? Er zijn religies die aannemen dat er een ziel bestaat die het lichaam verlaat. De wetenschappers zijn het op dat punt niet 100% met elkaar eens. Dat komt omdat alles met instrumenten wordt vastgesteld. Maar misschien is niet álles meetbaar.

Die twijfel hoort serieus te worden genomen.

Het is onaangenaam om waar te nemen hoe een overledene, waar de lichaamsfuncties in stand worden gehouden ten behoeve van het doneren, uiteindelijk van de organen wordt ontdaan en dat is een understatement. Daar wordt men echter niet over voorgelicht en als iemand niet goed is voorgelicht heeft hij/zij misschien geen NEE geregistreerd, terwijl, als hij/zij alles had geweten,….

Dat is meteen mijn tweede bezwaar tegen een automatisch donorschap.

Een derde argument betreft het tekort aan gedoneerde organen. Het is, aldus mensen die het kunnen weten (speur zelf naar de publicaties daarover), helemaal niet zeker dat door deze ‘omkeerregeling’ er wel voldoende organen zullen zijn.

Ik heb een persoonlijke kijk op de eindigheid. Wij willen niet meer aan de dood. Hij wordt het liefst heel ver weg gedacht. De mens is maakbaar immers, met de huidige stand van wetenschap, hij is reparabel tot het bittere eind. Dat is echter schijn. Dat einde komt er, hoe dan ook. Levenslange medicatie tegen afstotingsverschijnselen is geen sinecure. Niet elk lijf kan ertegen en sterft toch. Wij moeten misschien wel veel beter accepteren dat het leven ons flink kan pakken met ongeneeslijke ziektes. Dat het eindeloos sleutelen om in leven te blijven fijn lijkt, maar dat dat vastklampen aan die draad onnatuurlijk is. Dan heb ik het niet eens over de kwaliteit van dat opgerekte leven.

En tenslotte: als ik nee zeg tegen donatie roepen de voorstanders meteen: en dan mag jij niet zélf een orgaan van een ander krijgen! Boe!

Nou wees gerust: dat wil ik niet. Nooit!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.