Dyslexie of niet?

Vandaag kopten de kranten dat slecht onderwijs de aanstichter is van dyslexie. Deze conclusie is afkomstig van Anna Bosman, hoogleraar dyslexie aan de Radboud Universiteit. Als oud-docente en remedial teacher durf ik dat te beamen, met de kanttekening dat niet alle leesproblemen daarmee te verklaren zijn.

Eigenlijk heeft maar een heel klein percentage mensen een leesstoornis die echt problematisch is. Daarnaast is er een grote groep zwakke lezers. Zij hebben geen dyslexie, maar hebben wel veel oefening nodig. Toch is er een toename te zien van het aantal mensen met dyslexie.

De mensen die tegenwoordig met dat etiket rondlopen hebben vaak al jaren heel veel geoefend. Slechts een deel ervan is echt dyslectisch. Het is namelijk de vraag of dat oefenen adequaat werd gedaan. Of de leerkracht van groep drie en vier bekwaam was. Of het onderwijs daarna in voldoende mate op hiaten heeft ingespeeld.

Zijn leerkrachten dan niet bekwaam? Het is toch hun vak?

Ja en nee… Helaas zijn leerkrachten heel algemeen opgeleid en weten ze van alle schoolvakken een beetje. Daarnaast moeten ze een pedagogische en didactische duizendpoot zijn. In de scholen heerst sinds eind jaren zeventig van de vorige eeuw de opvatting dat klassikaal instrueren en klassikaal ‘stampwerk’ taboe zijn.  ‘Het moet uit de leerling komen’ en daarmee hebben groepswerk en individueel werken de overhand gekregen. Het eindeloze herhalen, met de hele groep, wat voor zwakke lezers juist nodig is, is daarmee grotendeels verdwenen. Dat geldt trouwens ook voor het rekenen. Denk maar eens aan het onder de knie krijgen van de tafels.

Op individueel niveau werd en wordt wel ijverig geoefend met invuloefeningen en dictees. Maar een dictee is eigenlijk een controleoefening, om te zien of iemand iets beheerst. Dat geldt ook voor een invuloefening. Een leerling die voorafgaand aan het lesje iets niet beheerst, kan het na het maken van het lesje nog steeds niet. Vandaar de storm van protesten in de media. ‘Wij hebben ons onze hele schoolcarrière gek geoefend. We zouden lui zijn? We hebben geen dyslexie?’ Er zijn aanbevelingen gedaan die leerlingen minder te laten lezen. Met een dyslexiekaart wordt dispensatie verleend bij examens. Maar wat, als ze helemaal niet dyslectisch waren?

Een voorbeeld regelrecht uit de praktijk.

Mijn dochter leerde lezen met boom, roos, vuur, vis. De bekende methode ‘Veilig leren lezen’, van Zwijssen. Op een Jenaplanschool. Daar wordt weinig aan klassikale instructie gedaan. Dat heeft te maken met de groepssamenstelling: die is niet homogeen maar gedifferentieerd naar leeftijd, met de gedachte dat oudere kinderen de jongere helpen en dat ze van elkaar veel opsteken. De groep wordt bij de vakken lezen, rekenen en taal over verschillende leerkrachten verdeeld. Tegen december schreef dochter dingen waar ik he-le-maal niets van begreep. Ik liet het haar hardop voorlezen. Dankzij mijn opleiding vogelde ik uit dat ze van mus keurig de m en de s wist, alleen zei ze tegen m s en tegen s m. Ze had visueel van rechts naar links gelezen in plaats van van links naar rechts. En dat ‘foutje’ had ze begaan met alle nieuwe woorden die ze had geleerd. Met dat inzicht kon ik haar briefje ontcijferen. Toen stonden er leesbare zinnetjes. Ze had het hele principe van schrifttekens gekoppeld aan klanken en aan betekenis begrepen, alleen door de verkeerde richting kwamen er consequent verkeerde letters.

Juf had het niet gemerkt en zei dat dochter ‘er nog niet helemaal aan toe was’. Maar als dit steeds klassikaal was geoefend, had dochter niet van achteren naar voren gekeken bij een woord.

Ik heb haar in de kerstvakantie (in twee weken!), alle letters geleerd. Ik herinner me nog dat het moeilijk was haar te motiveren. Heel veel zin in lezen had ze niet (meer). Nogal wiedes. Maar na de vakantie las ze de letters goed en klopten de woorden die ze schreef. Op de nieuwe school was er een geringe achterstand bij de rest van de klas en ook dat was logisch. Het is helemaal goed gekomen met dat lezen van haar. Zij heeft geluk gehad dat het bijtijds is opgemerkt. Als het pas een half jaar later wordt ontdekt zijn er fouten ingeslepen. Zie die er dan maar weer eens uit te halen.

Bij heel veel kinderen gaat iets mis in dat proces. Ik vind het een groot nadeel dat kinderen vaak al op heel jonge leeftijd een etiket wordt opgeplakt. Dat is ook wel een beetje een tijdverschijnsel, vrees ik. Klaartje is dyslectisch. Robert heeft ADHD. Jayden is autist.

Ik ben blij, of nee, blij niet, het is eerder een beetje triest dat nu met een uitgebreid onderzoek is aangetoond dat het leesonderwijs slecht is. Ik vind dat de aandacht weer moet gaan naar de basisvaardigheden. Het leren lezen, schrijven en rekenen. Dat is primair de taak van een school. En leerkrachten moeten deskundigen worden op die gebieden. Zij zouden te allen tijde een lijn moeten hebben met begeleiders die orthopedagogisch zijn geschoold. Universitair. Ik denk aan het onderwijs in Finland. Maar daarover een andere keer.

 

3 reacties

  1. Wim Platje zegt:

    Een heel goed artikel, dat op heel leesbare wijze precies uitlegt hoe het zit. (Ik aarzel om te zeggen dat het precies de vinger op de wond legt, want ik merk, dat het met de kennis van Nederlandse uitdrukkingen tegenwoordig ook al redelijk beroerd gesteld is.)

  2. Gusta Bastian zegt:

    Ha Loes,
    Het is zeker niet zo dat kinderen in elk type onderwijs goed gedijen, dus het is voor ouders zinvol zich vooraf goed te oriënteren. Het blijft echter moeilijk om in te schatten hoe je kind het zal doen. Zelfs voor de mensen uit het vak. In het algemeen kun je stellen dat kinderen die zwakke lezers/rekenaars zijn baat hebben bij veel herhaling en het is de vraag of sommige typen scholen dat aanbieden. Daar staat tegenover dat de zogenaamde ‘prestatiescholen’, waarbij heel veel uren worden besteed aan de basisvaardigheden en waarbij ook nog huiswerk wordt gegeven, naar mijn idee doorslaan. Voor kinderen die wat meer moeite hebben met inprenten kan dat stress opleveren en faalangst. Er moet ook ruimte zijn voor spel en creativiteit.

  3. Loes zegt:

    Beste Gusta,
    Bovenstaand voorbeeld is een kopie van de schoolprestaties van mijn kleindochter. Zij is bijna 9 jaar (13/02) en zat in groep 3 op een Montessorischool. Het is een slim meisje dat al heel vroeg heeft leren lezen/praten omdat wij in een vroeg stadium met haar vele leesboekjes hebben versleten. Zij heeft ruime interesse in natuur, geschiedenis, scheikunde (uiteraard op haar niveau) maar rekenen gaat nog steeds moeizaam. Zij heeft enkele weken geleden pas haar ‘tafeldiploma’ behaald echter pas nadat zij op een andere school geplaatst was. Op deze huidige school, is gebleken dat de achterstand groot was. Zij heeft met behulp van diverse leerkrachten deze achterstand flink weggewerkt maar haar zelfvertrouwen kreeg hierdoor wel een opdonder. Het Montessori-onderwijs heeft voor haar duidelijk problemen gebracht in tegenstelling tot haar moeder (mijn dochter) voor wie het juist prima gewerkt heeft. Zij heeft zelfs een klas over geslagen na dispensatie daarvoor te hebben gekregen. Wellicht zou een soort Cito-toets voor kleuters een oplossing kunnen zijn zodat ouders een goede keuze kunnen maken mbt het soort onderwijs dat het beste past bij hun kind. Er bestaan tegenwoordig immers vele soorten onderwijs. Maar ik ben het met je eens dat de basisbeginselen het beste klassikaal gegeven moet worden.
    Dank voor je publicaties en ik blijf je volgen. Succes en groet,
    Loes

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.