Fluweelboom met stekels

fluweelboom

In de tuin van de overburen stond een prachtig van groen naar rood kleurende fluweelboom die in de zomer aan wuivende palmbladeren deed denken. Zij heetten Hans en Hansje en waren achter in de vijftig. Dat had ik gehoord van de buurvrouw naast me. Alles boven de veertig is stokoud als je zelf achtentwintig bent.

’s Morgens gingen de mensen in het dorp weg en ’s avonds kwamen ze terug. Daartussenin liepen af en toe toe kinderen met moeders langs naar of van school. Verder was het maar een dooie boel. Hans en Hansje waren zo op het oog aardige mensen.  Het leek me een goed idee hen een keer op de koffie  te vragen. Dat wilden ze niet, ik heb geen idee meer waarom, maar in plaats daarvan werd ik bij hen uitgenodigd.

Tot mijn verrassing verbleven er twee teckels in hun huis. Misschien heb ik niet goed opgelet of waren het erg gehoorzame honden, ik heb nooit geblaf gehoord. Het tuinhek was ruim boven teckelhoogte, maar dat is een hek al gauw, en ze werden ook nooit op straat uitgelaten. Dus de honden waren tot dat moment volkomen onzichtbaar.

Hans was trouwens even geruisloos als zijn dieren. Tijdens mijn bezoek opende hij de tuindeur voor de viervoeters, slofte op geruite pantoffels met afhangende mondhoeken en schouders de wenteltrap op, kwam terug, liet de dieren weer binnen en ging zitten. Dat ritueel herhaalde zich enkele malen. Ondertussen sprak hij geen woord. Mijn buurman had geen gemakkelijk leven, zoveel was duidelijk.

Er was toen overdag nog niets op de televisie. De pc moest nog worden uitgevonden. Ik vroeg me af hoe de twee Hanzen zich een hele dag samen vermaakten. Waarschijnlijk waren ze elkaar al heel lang beu.

‘Hans is in de penopauze’, vertrouwde Hansje me bij het tweede kopje toe, toen Hans even boven was. Daar had ik nog nooit van gehoord, ik dacht dat ze een grapje maakte, vanwege de knipoogjes die niet erg pasten bij haar zure gezicht. Wat die pauze inhield, vroeg ik. Misschien zei ze het uit wraakzucht. Omdat zij zelf in de menopauze was. Het antwoord bleef echter uit, want Hans kwam net de trap af.

’s Avonds laat liep ik naar het raam om de gordijnen te sluiten en zag aan de overkant bij het raam van Hans en Hansje iemand met een zaklantaarn schijnen. Eerst dacht ik: hemel, inbrekers of overvallers! Toen herinnerde ik me de honden. Hans speurde de tuin af om te zien of ze al hun behoefte hadden gedaan. Met een licht onpasselijk gevoel deed ik de gordijnen dicht en zette de radio aan: uit de speakers klonk ‘White rabbit’ van Jefferson Airplane. Ik draaide de volumeknop naar maximaal en maakte wilde idiote bewegingen op de maat van de muziek. Dat moest even.

 

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.