Hoe fout ook goed kan zijn


Een hele tijd terug zette ik een pannetje met water en vier eieren op de hete kookplaat. Tijdens het plaatsen van een serie leukjes en stevige commentaren op Facebook schoot me dat vrij laat te binnen en ik haastte me naar de keuken. De eieren waren nog net niet drooggekookt. Met een flinke flats koud water liet ik ze ‘schrikken’ en besloot ondanks de over-tijd-behandeling het eiergerecht toch te bereiden. Het was mijn gevoel voor zuinigheid. Of wellicht eerder nog het idee dat de kippen voor niks een bevalling hadden doorstaan als ik ze zonder scrupules in de groenbak mikte. Na het verwijderen van de schillen lagen er derhalve vier eikogels van onbestemde kleur op de schaal.

 
Wat zou Frits van Egters hierover opgemerkt hebben, dacht ik in een opwelling, lichtjes afdwalend naar Gerard Reve.

‘Nadat zijn moeder bij iedereen een ei in het eierdopje had gezet hing boven de ontbijttafel de geur van moeras en dode padden. Zij tikte met de achterkant van een lepel de schaal kapot en lepelde het ei eruit, deponeerde het op haar boterham en prakte het doorschijnende eiwit door de groenzwarte massa. Ze leunde voorover boven de tafel en zette haar tanden in een stukje brood, haar met vlassige haartjes voorziene bovenlip optrekkend, waarna een deel van het ei terugviel op het bord. “Frits, eet je ei, het smaakt nog goed hoor, met wat zout.” Ze lachte erbij. In de gleufjes tussen haar vier boven voortanden schemerde het blauwgroen. In haar linker mondhoek hing een groezelige kruimel. Frits wendde zijn hoofd af en concentreerde zich op de vensterbank, op de cyclaam die onwetend en willoos haar bloemen naar het licht boog.’

Na dit gefantaseerde uitstapje gingen kerriepoeder, mayonaise, peper en ketchup bij de eieren en ik proefde… Jawel, het kon uitstekend op het gebakken broodje, waarvan de geur me vanuit de oven tegemoet kwam. Dat broodje was trouwens precies goed. Goudbruin en knapperig.

Gedachten maakten rare sprongen want toen dacht ik ineens aan mijn oude gedichten. Er mankeerde altijd wat aan. Niet toen ik ze schreef, maar later, bij het nalezen, vond ik stijlfouten, ze rijmden niet, het was kinderachtig of vol oudewijvenromantiek. Nooit belandden ze in de prullenbak. Af en toe gingen ze in de revisie. Een irritante gewoonte eigenlijk, dat jarenlange gesleutel. Komt er ooit een moment van ‘nu is het perfect voor consumptie’ of blijft het zo dat er toch altijd een woord te veel of te weinig staat? Dat de strofen elkaar tegenspreken. Dat er veel te veel in is gepropt. Dat het sowieso geen poëzie is.

Tegenwoordig schrap ik zoveel mogelijk voegwoorden. Vroeger had ik kennelijk een voorliefde voor omschrijvingen. Een slecht gedicht blijft slecht en van een goed gedicht kun je beter afblijven.

Of een gedicht goed is weet ik nooit. De slechtste beoordelaar ben ik immers zelf. Kijk maar naar de harde eierensalade. Die is best eetbaar, houd ik mezelf voor, tegen beter weten in. Al pellend herinnerde ik me meerdere keren last te hebben gehad van een writersblock. Een luid sprekende innerlijke stem klonk: ‘het wordt weer eens tijd dat je een stukje schrijft’… Of er waren koren die meerstemmig riepen dat het beneden peil was. Hinderlijk. Ook waren er mensen die over mijn schouder meekeken, ‘grote voorbeelden’, die fluisterden dat mijn schrijfsels niets met literatuur van doen hadden. Ik deed het mezelf aan. Het writersblock was een psychische hoedanigheid en zat als kleverig slijm tussen de oren.

Komt een mens er ooit vanaf?

Jawel! Wat me heeft geholpen: elke dag een uurtje automatisch schrijven. Er mag NIETS worden ‘verbeterd’. En zie: al schrijvend werd de woordenvloed groter en rijker. Zonder zelfcensuur sijpelden stroompjes vol zinnige onderwerpen naar de oppervlakte tezamen met een modderbrij aan trivia.

En verrassend genoeg constateerde ik na enige tijd: over lullige dingetjes schrijven is ook prima.

Bij dezen.  (P.S. Talloze malen gereviseerd stukje 😉 )

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.