Jeukoren

 

Gisteravond kropen Willem en ik over de vloer. De grote staande lamp hadden we gekanteld zodat er veel licht op het tapijt scheen. Met onze neus dicht bij de grond speurden we elke vierkante centimeter af maar troffen niets aan. Nou ja, een paar kruimels van het broodje van die middag. En een pen onder de bank. Wat we hoopten te vinden was er echter niet. Willem suggereerde om eens goed rechtop te gaan staan, misschien was hij in een plooi van mijn sweater blijven kleven. Doch dat was niet het geval. Evenmin bevond hij zich tussen de trui en mijn hals.

Mijn nieuwe hoortoestellen hebben alleen een buisje dat naar het oor leidt en aan het eind zit een los kegeltje van een rubberachtig materiaal. Dat kegeltje kun je vervangen door het op het buisje te schuiven. Ik heb de toestellen nu een paar maanden en echt enthousiast ben ik niet. Dat komt namelijk hierdoor: zodra het hoedje mijn gehoorgang raakt begint het te kriebelen. Een half uurtje nadien heb ik een ondraaglijke jeuk en is het onmogelijk om niet af en toe te wrijven of te krabben. Ik besloot gisteren dan ook tijdens het journaal van acht uur dat het genoeg was geweest en de geluidsversterking uit kon. Ik haalde de apparaatjes uit mijn oren. Tot mijn schrik ontbrak het linkerdopje.

Vandaar onze gezamenlijke zoektocht door de kamer. Als het dopje nergens ligt resteert er nog maar één optie: het bevindt zich in mijn oor.

Willem kreeg de opdracht om met de grote staande leeslamp in mijn linkeroor te kijken. De lamp moest echter eerst in de goede positie worden gezet en daarna draaide Willem mijn hoofd 360 graden rond de lamp. Gehoorgangen plegen niet kaarsrecht te lopen, dus pas na enig gemanipuleer, waarbij de nek nog net geen hernia opliep, lukte het enig zicht te krijgen op de inwendige oordelen. Willem meende een donker randje te zien, maar was niet geheel zeker van zijn zaak. Hij spoedde zich naar de keuken, waar hij uit de la een voorwerp met een haakje tevoorschijn haalde. Het zag er eng en scherp uit. Hij stak het in mijn oor en in het donkere randje, om te zien of het misschien mee wilde geven.

‘Au!’ riep ik, ‘dat was mijn oor!’ Hij mocht het niet verder proberen.

‘Ik ga morgen wel naar de huisarts, die heeft zo’n speciaal oorkijkertje en een pincet heeft hij ook vast wel. ‘

Toen ik belde, om tien over acht, was ik nog niet aangekleed en had ik nog niets gegeten of gedronken. Zonder te douchen erheen? Welja, er hoeft toch geen kleding uit. Om half negen zette ik mij op een van de stoelen in de wachtruimte. Een tikkie kortademig, want ik had behoorlijk hard gefietst. De dokter kwam me meteen ophalen. Een beetje lacherig deden we, over het hoedje. Maar ze, het was deze keer een vrouw, haalde hem er meteen met een houten pincet uit.

Vrijdag naar de audicien. Praten over een oplossing zonder jeukende hoedjes, kegeltjes of dopjes.

2 reacties

  1. Gusta Bastian zegt:

    Bijna goed, Jan. Dyslectisch is het, bij mijn weten. Je kunt bij Jeukoren heel goed aan een of ander Frans woord denken. Dus zo gemankeerd lees je niet, hoor. We gaan het zien, vrijdag!

  2. Jan van der Wall zegt:

    Nou ik ben waarschijnlijk toch een beetje dislectisch(goed geschreven?). Want ik dacht aanvankelijk dat het over jeugdkoren ging. Nou …. ik weet ondertussen beter.
    Succes vrijdag bij de audicien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.