Koffiepraat

Vorige week ben ik voor de verleiding van het consumeerderen bezweken: dit huis is een elektrische melkopschuimer rijker. Voor de helft zit dat tussen de oren, maar die andere helft is geen illusie: het schuim heeft echt een andere smaak dan het scheutje koffiemelk uit een flesje. Ik maak dus voortaan mijn eigen cappuccino, met bovenop kaneelstrooisel.

Deze is gemaakt met sojamelk en smaakt net iets lekkerder. Ik klutste voorheen de melk met een klopper in een pannetje. De ene melk is de andere niet, leerde ik. Ik meen zelfs dat halfvolle melk een erg flauw opklopgehalte heeft en dat die meteen weer inzakt zodra hij in de koffie wordt geschonken. Uit arren moede en ook uit luiheid heb ik koffiemelk gebruikt, zodat ik af ben van het vuile pannetje dat àltijd met een pannenspons moet worden bewerkt om weer toonbaar te worden.

En ja, het is volstrekt onbelangrijk. Maar het genieten van zo’n triviaal iets als het drinken van een kop koffie geeft één van de geluksmomentjes van de dag, in een wereld die op diverse plaatsen in brand staat, waar de mensen elkaar naar het leven staan en waar de liefde ver te zoeken is. Even in het licht zitten, weg van de donkere wolken.

Als je de beweringen op internet moet geloven is het heel gezond om koffie te drinken, daarmee verkleint men de kans op het krijgen van ernstige ziektes als Alzheimer, Parkinson, diabetes en sommige vormen van kanker. Toe maar. Het kan niet op. Onderzoekers vinden over een paar jaar vast weer tegenovergestelde resultaten.

Een bakkie troost smaakt gewoon lekker. Zo noemde mijn opa zijn dagelijkse koffie. In Den Haag en in Rotterdam zeggen ze bakkie troost of bakkie pleur. Volgens de online-encyclopedie is dat volkstaal en een mogelijke verklaring voor het gebruik van ‘pleur’ is de gewoonte om aan het eind van een feest waar veel werd gedronken de zogenaamde ‘pleuropkoffie’ te serveren. Het teken dat de gastheer en gastvrouw het welletjes vinden. Een uitdrukking die de minister-president in ieder geval niet mag bezigen als het over pestgedrag gaat van jongeren.

Maar ik dwaal af. Vrijwel nergens is het om tien uur ’s morgens koffietijd, alleen in Nederland. Twee bakkies met een koekje en de buurvrouw. Om gezellig te leuten. Dat is trouwens nog een naam voor koffie: bakkie leut. Leut betekent pret volgens het woordenboek en een koffieleut is iemand die veel van koffie houdt.

Nog niet eens zo heel lang geleden, ik denk tijdens mijn kinderjaren, zette men koffie door steeds kleine beetjes kokend water op een filter met gemalen koffie te schenken. Hij werd geserveerd in een kopje met suiker en opgewarmde melk, waar een vel op lag en als je pech had meerdere vellen en velletjes. Een overblijfsel uit de zuinige jaren. De melk werd in een steelpannetje opgewarmd en wat overbleef werd opnieuw verhit. De oma’s en de tantes van moeders zijde waren niet kinderachtig. Die visten het vel met hun lepeltje uit het kopje. Brrr, ik voel nog zo’n glibbertje op mijn tong.

Tegenwoordig is koffiezetten en schenken tot een ware kunst verheven. Iemand die zuiver in de koffieleer is heeft op het aanrecht een professioneel espresso apparaat staan, verdiept zich in de verschillende rassen koffiebonen, maalt die bonen vanzelfsprekend zelf en volgt een barista cursus. Ik ben een simpele ziel en doe het nog met een senseoapparaat. En sinds kort dus met een elektrische melkopschuimer.  aangebrand

Dit verhaaltje heeft echter een vervolg, zo heb je een elektrische melkopschuimer van Inventum en zo is hij weer foetsie. Teruggestuurd, want onderin het kannetje brandt de melk aan. Eerst bel ik met leverancier CoolBlue. Gelukkig sta ik maar kort in de wacht. Geen eindeloos geworstel door een keuzemenu, alleen optie 1, 2 of niets doen, in het laatste geval krijg je vanzelf iemand aan de lijn. Hij doet zijn functie eer aan, deze servicemedewerker. Hij denkt en leeft mee, hij vraagt hoe ik te werk ben gegaan, luistert goed naar wat ik zeg en komt met een voorstel. Ik mag de opschuimer terugsturen en kiezen wat ik wil. Geld terug of een nieuwe. Een nieuwe, zeg ik, maar alleen als die dat euvel niet heeft. Binnen tien minuten krijg ik per email een retouropdracht plus een etiket. Vanmorgen heb ik alles netjes ingepakt afgeleverd bij de supermarkt, een postpuntenel ding, godzijdank was het een keer eens niet druk. En nu afwachten of de rest ook vlotjes verloopt.

Nou, alle lof voor de leverancier, want vandaag al, een dag later, wordt een nieuw exemplaar bezorgd. Meteen test ik of de melk gelijkmatig opwarmt (en schuimt). Helaas, helaas. Voor 34,95 krijg ik opgeschuimde melk met een bruin randje. En dat proef je. Het cappuccinootje heeft vaag een nasmaak van verbrand. Getver. En ik ben dus de eerste en de enige die dat heeft gemerkt en erover klaagt. Op de foto ziet u dat ik niet jok. Stom toevallig ontdek ik dat er toch wat tegen is te doen. Ik maak net een nieuw pak melk open en dat komt direct uit de voorraadkast. Op kamertemperatuur dus. Driewerf hoera voor de melkopschuimer, want deze keer brandt er niets aan. Helaas is het schoonmaken minder aangenaam, want de beker kan niet in een sopje. Maar dat mag de pret niet drukken. Ik geniet weer van een klein geluk.

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.