Margemeisje

margemeisje

er stond een meisje aan de waterkant
bijna naakt en zo mager
de ogen star
ik zag haar al jaren
waarop ze wachtte weet ik niet

ik wilde vragen
wat haar daar gevangen hield
of die bleke benen
haar nog konden dragen
en welke richting
het dan ging

ze knipperde niet eens
toen ik wat nader kwam

ik woog de woorden op
mijn tong maar
slikte ze weer in

wist wel dat ze
me niet horen kon

Dit gedicht staat in de bundel ‘Uit de ruimte tuimelen’ van 2013. Ik moest er vandaag even aan denken, toen ik aan het Facebooken was.

Wie doet het niet, vandaag de dag?

Alleen duimpjes uitdelen oftewel leuk vinden is heel vaak vragen om duimpjes retour te krijgen. Niet iedereen doet het om die reden, soms is men geamuseerd, ontroerd of domweg verslagen; de duim staat dan voor: ‘ik heb het gelezen’,een teken van leven. Het wil zoveel zeggen als ik ben sprakeloos of voel me te weinig competent om in woorden te reageren en kan uitsluitend leuken. Het Engelse like it naar het Nederlands getransformeerd tot leuken. (hetgeen niet toevallig op jeuken rijmt, al ontsproot dat uit mijn eigen associatieve geest).

Als schrijver tel ik trouwens niet mee. Niet bij de hamsterclubjes, een term die niet van mij is, waarmee wordt gedoeld op de mensen die zich in clubjes en fora hebben georganiseerd in de veronderstelling dat ze geweldig schrijven, in werkelijkheid produceren ze een modderstroom aan taalkwakjes. Deze veelplegers die elkaar bewieroken en ongegeneerd elkaars beëelte hielen likken, niet in het minst gehinderd door kennis van literatuur of poëzie, hebben maar één heilig doel: gelezen worden en bewonderende aahs en oohs in ontvangst nemen.
Nee, bij hen ben ik niet geliefd, daarvoor heb ik me te vaak te kritisch uitgelaten. Ook de gevestigde schrijvers hebben geen interesse in mijn bedenksels, ik netwerk immers niet, treed nergens (meer) op. Het is zoals het spreekwoord luidt: onbekend maakt onbemind. Dat geldt vanzelfsprekend evenzeer richting de uitgevers en recensenten. Wie niet netwerkt bestaat niet. ‘Ik schrijf dus ik ben’ gaat niet op. Ik ben een margemeisje. Vind ik dat erg? Nee, eigenlijk niet.

Meepraten of -denken over schrijfsels van anderen is een hachelijke onderneming. Een gefundeerde mening kan alleen tot stand komen nadat men voor zichzelf de literatuur in kaart heeft gebracht door veel, heel veel te lezen. Niet alleen in het beperkte taalgebiedje van Nederland en Vlaanderen, waar wat mij betreft nog veel onontgonnen terrein ligt, maar ook dient men zich te verdiepen in de wereldliteratuur. Lees Kavafis, Tolstoj, Toergenjev, Dickens, Garcia, Dante. Spit door de oude Grieken, verlustig je aan de Amerikaanse schrijvers. Verdiep je in de Zuidafrikanen. Ik zeg tegen mezelf: Je hebt Levenslang, Gusta, een Levenslange Leesopdracht.
Daarom zwijg ik liever (in het kader van mezelf ernstig toespreken), hoewel ik de stilte af en toe doorbreek met: ‘vind ik mooi!’ of ‘Leuk!’

 

 

2 reacties

  1. willemplatje zegt:

    Zo. Laat u dat allen gezegd zijn. Leg uw pen dus neer. Vernietig uw schrijfsels. Begin onmiddellijk met het lezen van ‘ware’ literatuur en probeer het na enkele jaren nog eens…

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.