Onbewoond eiland

Al tien jaar zat hij zonder uitzicht
een beetje dood te zijn.
De bank was hard. Hij wilde verhuizen
naar een fauteuil, maar de armen
hielden hem tegen. Zo werd hij oud.

Ik heb hem om de tuin geleid,

boorde een gaatje in zijn hersenpan,
keek met een laserlicht en zag
een virus in het spraakcentrum
dat zich door de edele kwab had gevreten.

Vandaar die gespannen voet.
Het kletste maar raak, zei dingen als: stik,
laat me met rust, bemoei je er niet mee.

Momentje, zei ik, en dook in zijn ogen,
zwom heen en weer en riep:
kom erbij, het is goed toeven hier.

Zowaar, hij sprong, ging kopje onder en daar dreven
wij, als jonge otters in een warme zee.
Tot we strandden. Ergens op een meubelboulevard.

 

 

 


 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.