Oud en nieuw

Wat doen mensen met oudejaarsavond? Ze gaan feesten (gek genoeg is dat er nooit van gekomen), bij vrienden op bezoek (nu even niet), doen spelletjes (ook niet) of kijken televisie (het gros, waaronder wijzelf), zappend van de ene naar de andere cabaretier. We moeten kiezen, want er zit een overlap in de uitzendingen. Youp gaat het zeker worden, over de rest kunnen we nadenken, nog acht uur te gaan.

Mijn familie van lang geleden had een nogal vreemde gewoonte. In plaats van gezellig te proosten met een lachend gezicht en elkaar te omhelzen begonnen klokslag twaalf uur de tantes, de ooms, de oma en de vader (niet mijn moeder) hevig te snikken. Lange uithalen met veel verdriet. Ik herinner mij het huilen al begreep ik niet waarom. Wat was er aan de hand? Ze legden het niet uit. Veel later bedacht ik dat het treuren is om de dingen die voorbij gingen. Als kind houd je aan zo’n soort viering toch een ongemakkelijk gevoel over.

Bij familie van moeders kant verliep de oud en nieuw spannender… vooraf gingen we door meters sneeuw naar de bushalte. In mijn geheugen lag er altijd sneeuw, wat natuurlijk niet klopt. Toen reden de bussen door weer en wind, glad of niet, er viel niks uit. Bij oma stonden emmers met oliebollen en pannen vol appelflappen in de voorkamer naast het grote bed. Koelkasten waren er niet, die waren ook niet nodig, het was er altijd koud. Meestal mochten we alvast proeven. Daarna gingen we een poosje slapen, ze zouden ons wakker maken voor de jaarwisseling. (Behalve die ene keer dan, ik werd de volgende ochtend wakker en alles was voorbij en mijn ouders waren naar huis gegaan, die zouden ons ’s middags komen ophalen. ‘Jullie lagen zo lekker te slapen’ hadden ze gezegd, ‘zonde om ze wakker te maken’. )

Rond half twaalf was het zover, de toastjes met zalm en de stukken kaas en leverworst stonden op het witte kerstkleed, opa had een borreltje, en wij wachtten in ons pyjama vol ongeduld op de eerste slag van oma’s bimbamklok. Enkele minuten voor het zover was schoof oma de ramen open, om de boten vanuit de haven te kunnen horen loeien. Mijn vader legde de zakjes met sterretjes en lucifers klaar. En was het eindelijk zover, dan werd er gekust en geklapzoend, en geproost met priklimonade, vervolgens trokken we de jassen aan over onze pyjama’s en gingen naar buiten. Kijken naar het vuurwerk en de rode lichtbollen aan de nieuwjaarshemel. Om ons heen klonk het knallen van rotjes en het gegil van keukenmeiden, een metertje of twintig verderop staken de buren vuurpijlen aan. Wij draaiden de vuur spetterende sterretjes in grote cirkels door de donkere nacht en bleven buiten tot we het te koud kregen. Binnen wachtten oma en opa ons op met flappen en bollen. Niet lang erna kwamen ome Freek en tante Neeltje van de overkant een borreltje doen. En ome Kees met tante Riek.

Wij hoefden niet midden in de nachtelijke kou met de bus mee terug naar huis. Die bus reed destijds gewoon op de oudejaarsavond. Broer en ik werden pas op nieuwjaarsmiddag opgehaald.

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.