slijmbeest

blauw en dun
liggen mijn tintengels
in het ochtendlicht

vaag hoor ik het gezang
van zwieren foldijnen en
zeedruiven die
slierten naar het land

mijn weke hoofd dreint
van de wind die me greep
en met de wolven
op het zakke brand te pletter smeet

met het rijzen van de zon
trekt de koude uit de grond

in mijn lillend lijf verdampt
het vocht, ik ben groebel tras

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.