Struggle for life

De groene bandieten noem ik ze. Af en toe vliegen er twee over, van het dak naar de hoge populieren aan de dijk en weer terug. Meestal zitten ze ergens tussen het gebladerte. Tussen al dat groen zijn ze één met hun omgeving en dus volkomen onzichtbaar. De geluiden die ze maken in de vlucht zijn onmiskenbaar die van een parkiet. Ik hoor ze luid en duidelijk. Het zijn slanke vogels met lange staartveren. Sierlijk en snel. Ik hoop dat ze een keer in de tuin landen eens van heel dichtbij te kunnen observeren. Volgens Wikipedia zijn ze ooit als volièrevogel naar West-europa gehaald uit tropisch Afrika en Zuid-Azië en zijn er een paar ontsnapt of vrijgelaten. In ieder geval aarden ze hier goed.

Zo begint de dag. We drinken koffie aan de tuintafel. In de kakafonie van vogelgeluiden meen ik ook de roep van een koekoek te herkennen.
Volgens Willem is dat onmogelijk.
Waarom dan? wil ik weten.
Omdat de koekoek een reeks van koekoeken achter elkaar doet en in de stilte die heel even valt is er niets te horen.
Maar het zou toch kunnen dat ik hem heb gehoord?
Nee, zegt hij, uitgesloten.

Ik ben het er niet mee eens en speur op het internet naar een website. Er is er één met 275 verschillende vogelgeluiden. Voor de zekerheid check ik de zang van de ransuil, de oehoe en de steenuil. Het lijkt een beetje op oehoe. Ik twijfel. Het geluid van de koekoek concludeer ik toch na veel heen en weer afspelen. Nu ik de koekoek toch voor me heb lees ik maar meteen hoe hij het aanpakt. Omdat hij heel kort in Nederland is, wordt er geen moeite gedaan om een nest te bouwen. Moeder koekoek zoekt naar het nest van een zogenaamde ‘waard’, vaak een lokale zangvogel die heel wat kleiner is dan de koekoek zelve, en legt daar één ei. Dat doet ze in meerdere nesten. De waard broedt het ei uit, en het jong, dat groter is dan de andere jongen, werkt met allerlei handigheidjes de eieren of de al uitgekomen jongen eruit. De natuur is wreed, ondanks de paradijselijke aanblik van de hoge bomen rondom ons huis is er kennelijk een enorme strijd gaande om ruimte en voedsel. Alleen de sterken overleven. En soms dat niet eens, hebben ze domweg pech.

Vanmiddag wil ik niet zittend op een tuinstoel doorbrengen dus ik fiets via het Dordtwijk park naar het centrum. Op het zwanennest middenin het water ligt één van de zwanen in diepe rust. De witte hals sierlijk gebogen op de kunstig gevlochten takken. Nog steeds geen kroost te zien. De andere ouder zwemt statig door de sloot. Rondom mij klinken geluiden van koolmezen, lijsters, merels, meerkoeten en andere vogeltjes die ik niet weet te determineren. Ze zingen niet voor ons of voor mij, al beeld ik me dat graag in, het is een signaal aan de soortgenoten, een soort van muzikale oorlog, waarin het geluid betekent: dit is mijn gebied, wegblijven, een vogeltaal waarmee waarschijnlijk gevechten voor een groot deel worden voorkomen.

2 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.