Van een verhuizing en boeken

Heremetijdje, wat is verhuizen een klus. Nog een heleboel dozen te gaan, kastruimte te kort, spullen te veel. Wat een hoop troep verzamelt een mens in de loop van de jaren. Of nee, geen troep, maar dingen, veel dingen. Inmiddels is mijn ‘werkkamer’ aardig op orde. Achter mijn bureau gezeten, dat tevens als tekentafel zal gaan dienen, heb ik een mooi uitzicht op de Ikeakasten. Boeken, boeken en nog eens… boeken. Van mijn (bijna) eerste kinderboek tot heden. Toon mij uw boekenkast en ik zeg u wie u bent. Dat gaat toch niet op, want de eindeloze pulp en thrillers die ik las staan er niet bij. Die schafte ik nooit aan, daar was de bibliotheek voor.

Vanmorgen las ik bij iemand op Facebook de vraag welke jeugdboeken voor jou van belang waren. Daar hoef ik niet lang over te denken. Allereerst vanzelfsprekend ‘De oude sprookjes’ door J. Riemens-Reurslag. Het behoorde toe aan mijn zus, ik heb zelf, eenmaal volwassen, een eigen exemplaar besteld, inmiddels alweer decennia geleden. Helaas zijn de gekleurde platen in deze versie (ze waren als losse vellen ingeplakt) in zwart-wit uitgevoerd. De gekleurde afbeeldingen vond ik toch het mooist. De illustraties zien er vaak onbeholpen en bijna naïef uit. Destijds waren kinderboeken nog niet zo rijk van tekeningen voorzien als tegenwoordig het geval is. Nog afgezien van het feit dat ze niet specifiek voor kinderen waren bedoeld. De taal is opvallend volwassen en deze verzameling sprookjes is letterlijk vertaald, niets werd herschreven.

Ik herinner me dat ik tranen met tuiten huilde bij ‘De kleine zeemeermin’ en bij ‘Het meisje met de zwavelstokjes’. Hoe griezelde ik van Blauwbaard en vreesde ik dat hij het sleuteltje met bloed zou ontdekken. ‘Anna, zuster Anna, ziet gij nog niets komen?’ is een zin die nooit uit mijn geheugen is verdwenen. Die magische wereld werd vooral gevoed door de taal, het was juist goed dat de illustraties niet te veel verklapten.

Het vrouwtje van Stavoren was ook bijzonder. In de zesde klas van de lagere school maakte ik er een toneelstuk van en regisseerde mijn klasgenootjes. We voerden het op in de klas van onze meester de Moes die bijna mijn oom was geweest, als mijn tante hem leuker had gevonden. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.