Vlasakkerstraat 60

Ik ga een kijkje nemen bij het voormalige huis van mijn oma en opa in de Vlasakkerstraat.

Vlasakkerstraat 60 beneden, het huis van opa en omaHet uitzicht op De Kuip is nog hetzelfde als toen. Als mijn vader en oom op zondagmiddag naar een wedstrijd gingen, hoorden wij kinderen op straat aan het gejuich dat er was gescoord. We renden naar binnen en meldden dat aan de moeders. Een gemiste kans leidde tot een geluidsgolf, een massaal ooohhhhh, van hard en hoog naar laag en dan wegebbend. De straat stond bomvol auto’s. Ook de trottoirs waren bezet. Oom agent kneep kennelijk een oogje toe, ik heb nooit gezien dat er een bon werd uitgedeeld.

Destijds liep het publiek gewoon het stadion uit, naar de trams, naar de trein of verder te voet over de luchtbrug naar het Breeplein. De supporters van de verschillende clubs liepen broederlijk naast elkaar, ieder met de eigen clubsjaal om. Er werd niet gevochten. Er waren geen relletjes. Als Feijenoord verloor kwam het volk al vroeg aan het raam van opa en oma voorbij, soms nog voor het einde van de wedstrijd, met de smoel zwaar in mineur. En altijd waren wij kinderen een beetje mee verdrietig.

De gevel heeft enkele veranderingen ondergaan. De oude brievenbussen die zich bevonden in een granieten rand rondom de deur zijn onder stenen weg gemetseld. De voordeur is een meter naar binnen verplaatst. In de inham die zo is ontstaan bevinden zich op de linkermuur vier bellen en op de rechtermuur evenzoveel brievenbussen.

Ik wil heel graag met een van de bewoners spreken en kies een willekeurige bel. Het duurt niet lang of er komt inderdaad iemand de deur opendoen. Voor me staat een man met grijs haar in alleen een t-shirtje en spijkerbroek. Kom even binnen, zegt hij rillend vanwege de kille wind, en gebaart met zijn hand.

Het portaal ziet er nog hetzelfde uit als hoe ik het me herinner. Ik vertel het doel van mijn komst en vraag in welk huis hij woont. Van mevrouw van Pelt, de buurvrouw naast opa en oma. De naam zegt hem vaag iets, maar hij wil nog niet helemaal landen. In mijn hand prijkt het fotoboek met de scans van foto’s van de familie in de tuin en op de veranda. De zoon van de man woont in het huis van oma en opa.

Ook hij is thuis. Pa roept hem door de gesloten deur heen. Er klinkt geblaf en twee witte hondjes springen opgewonden om me heen als zoon de deur opent.
Bezoek, baas!
Ik vraag of het goed is een paar foto’s te nemen van de gevel en de tuin.
Het mag.
Nieuwsgierig kijk ik om me heen. De gang loopt anders, de bocht is weg. De gevels zijn dan wel grotendeels origineel gebleven, maar de binnenmuren zijn verplaatst, waardoor de kamers groter zijn. Ook is een deel van het buurhuis erbij getrokken. De keuken is ook op een andere plek, maar nog wel aan de achterzijde. Het kleine kamertje aan de voorkant, ooit mijn logeerkamer, is nu badkamer.

zo was het; de familie poseert

De veranda is er nog, het oude beton is behouden, maar heeft een andere afmeting. Het houten trapje is vervangen door een metalen exemplaar. En dan de tuin. Breder dan ik me herinner. En dat klopt, want van de buren is er een stukje grond bij gekomen.

Snel neem ik foto’s want zoon moet naar zijn werk. Op de overloop raak ik nog even aan de praat met pa. We halen herinneringen op aan de buurt, waar hij altijd heeft gewoond in achtereenvolgens de Riederstraat, de Westerbeekstraat en de Vlasakkerstraat. Hartstikke honkvast zou mijn oma hebben gezegd.

Opa en oma wilden helemaal niet weg uit de buurt. Maar de huizen zouden grondig gerenoveerd worden en de bewoners moesten dus naar een andere tijdelijke woning. Ze waren toen al boven de 80 en hadden echt geen moed om twee keer te verhuizen. Met pijn in het hart vertrokken ze naar een overdekte galerijflat aan de Grienderwaard in IJsselmonde. Veel oudere buren uit de wijk deden dat. En zo konden ze, als geluk bij een ongeluk, binnendoor en met de lift nog geregeld bij elkaar een bakkie doen.

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.