Vreemd

Vanmorgen lopen we in een straat waar we vaak komen. Hij ziet er anders uit. De weg slingert naar links, er staan onbekende huizen, ik weet wel welke kant we op moeten, maar waarom en waarheen is onbekend.

Willem vertelt al gesticulerend een verhaal, zijn ogen en zijn gezicht naar mij gericht. Met brede gebaren visualiseert hij zijn schaakpartij van eerder die ochtend, die, zoals vaak bij hem het geval is, in een remise eindigde. Ineens hoor ik een zwaar aanzwellend geronk op de achtergrond. Willem laat zich niet afleiden ondanks het kabaal dat nu van heel dichtbij lijkt te komen, hoog boven ons. Ik kijk met een schuin oog naar het dichte, betongrijze wolkendek. De geluiden lijken op zwaar draaiende motoren met daar doorheen rare schrapende, snerpende tonen. Onwillekeurig denk ik aan de wasmachine die niet zo lang geleden zijn centrifugegang inzette met veel gebonk en eindigde als een hoestende olifant in fatale ademnood. Heel voorzichtig, ik wil Willem geenszins de indruk geven dat er niet naar hem wordt geluisterd, tuur ik in de richting van het geluid schuin boven hem en verwacht te zien waardoor het kabaal wordt veroorzaakt. Tot mijn verbijstering verschijnt plotseling dwars door het wattendek de romp van een Boeing, die ik wel eens op Schiphol heb gezien, maar waar ik nog nooit in heb gezeten. Het gaat zo snel, dat ik geen gelegenheid heb om te denken, laat staan te handelen. Alles staat stil, behalve mijn gedachten die op topsnelheid een heleboel vragen en overwegingen formuleren. Om mij heen draait een sterk vertraagde film. Tijd en ruimte lossen op in een vreemd vacuüm. Mijn lichaam staat verstijfd. Trekt mijn leven aan me voorbij in de flitsen die passeren in mijn hoofd? Nee, alleen het ellendige besef dat vluchten niet kan. Willem waarschuwen? Hij oreert maar door en vermoedt niets van de rampspoed die letterlijk naar ons toe raast. Het vliegtuig is inmiddels recht boven ons en terwijl ik mijn ogen ernaartoe draai, stopt het geluid abrupt en in volkomen stilte tuimelt het vanaf enkele honderden meters boven mij met de neus loodrecht naar beneden en zal binnen enkele seconden vaste grond raken. Hoewel al mijn spieren zich spannen en mijn hersenen volop signalen afgeven als de wiedeweerga te vluchten, sta ik roestvast genageld aan het wegdek.

Ik wil roepen: KIJK!
Het lukt niet. Het zou zinloos zijn.
En ik, ach, ik denk nog net: dit is het dus.

 

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: